|
Sinds de jaren 60 groeit in het werk van Luc Brusselmans de behoefte om het witte vlak te doorgronden.
Waar aanvankelijk de onmiddellijke periferie werd afgetast, evolueert zijn werk naar een manifest doorbreken van het tweedimensionale.
De perforaties van de jaren 80 zijn het begin van een continu peilen naar ruimte en diepte, naar het ongrijpbare, het zichtbare voorbij.
Bewust van de kwetsbaarheid, van het vergankelijke, heeft hij ook de behoefte dit te omvatten, te vatten, vandaar het relikwiegegeven in sommige werken.
Evoluerend van vlakke naar ruimtelijke werken, recupereert hij vooral oude materialen.
Zo worden transparantie en peilen naar andere dimensies benadrukt.
|